De term heeft zijn ontstaan te danken aan het zoeken van smokkelwaar tussen de bunkerkolen of stookkolen, in machinekamers en andere minder schone plaatsen aan boord van schepen.
Schipgeld : oude vorm van belasting (17de tot mogelijke 19de eeuw) die van uitvarende schepen verlangd werd.
Deze is gesierd met het wapen van Dordrecht en gedateerd 1751.Zeilspriet : 1 een ra van een latijnszeil dat geen onderra voert.Ze hangen in feite aan hun steunen.Zuid-Hollandse boeier : Klik hier voor afbeelding bepaald type Boeier.Het best te omschrijven als een pont, die zo lang is dat hij niet heen en weer hoef te varen, maar dat men en er aan de ene kant op en direct aan de andere kant weer af maki bleach kan gaan.Het wrikgat lijkt iets aan bakboord naast het midden geplaatst te zijn.



E schippersvergadering : bijeenkomst van georganiseerde schippers in verband met zakelijke of sociale kwesties.
Zeilaakschip : meer administratieve term voor een Aak(1) als zeilschip.
Schnitzerschroef : Klik hier voor afbeelding behalve de bijgevoegde afbeelding ontbreekt elke informatie.Zeilveer, zeilveerdienst : veerdienst of beurtveer wat van een zeilend vaartuig gebruik maakt.De romp meet.Aangezien de zeilmaker vaak ook tuiger is wordt ook dat gereedschap wel tot het zeilmakersgereedschap gerekend.Schipdeur : Klik hier voor afbeelding soort vaartuig waarmee men, door het gedeeltelijk af te laten zinken, sluismonden af kan sluiten.Zeillat : vrij brede, dunne, lange lat, ongeveer haaks tegen het achterlijk van het zeil.