Deze arme man kon alles verdragen: schrale spijs, een hard bed en, naar de mate zijner jaren, harde arbeid.
Klaas doet niets, dan nou en dan de straat voor iemand wieden.
Ik antwoordde dus dat ik Klein Klaasje niet kende.
We brengen et in bij de Vader; en de Vader geeft ons alle weken zakduiten.
Zijn lippen zeiden: Hoor reis meheer!Onder zen hemmetje het ie geld!' de broers vertelden t ine, toen ik in t Huis kwam.Ik mocht die in t Huis niet hebben.Terug naar de overzichtspagina Terug naar Homepage Camera Obscura De makers van deze pagina's: Nico Groenenberg Frank Boxman).' Maar ik wou begraven worden van mijn, eigen, geld, ' en ik wou zeker weten dat ik van mijn, eigen, geld begraven zou worden; en dat was mijn grootste troost; en daarom droeg ik et vlak op me hart.Maak er staat op, Kees, je zult je geld weerom hebben.' Zel ik?' zei de arme man, door mijn stellige toon bemoedigd.Ik hoop et, meneer: in de Hemel is alles goed; maar dat meen ik niet.



In dit priëeltje zoch ik, op zaterdagmorgen na het ontbijt, met een boek onder de arm, het zonnetje.
De paden waren niet met gewoon gras, maar met rode en witte madelieven en zogenaamd zee gras omzoomd.
Zijn er dan niet altijd armelui geweest zo as ik, die an de Diakenie kwammen, en van de Diakenie mosten eten en drinken, en bed en leger hebben, en begraven worden?
Maar dat zijn zijn zaken ging Keesje voort, een schoen van mijn oom opnemende, die hij smeren moest en onmiddellijk weer neerzette; maar wat hoeft ie mijn ongelukkig te maken?
Maar ik bewaarde ze; op me hart.' En waartoe bewaarde je die?Ik viel achterover op me kussen met et geld in me hand, en tuurde as en gek mens na de lantaren.Neen!' borden warm maken snikte hij, de hand op zijn borst rondwrijvende, als zocht hij er het geld nog; het geld most weg; dat is en wet zo oud as et Huis, en et Huis is zo oud ' zo oud as de wereld!' Dat's wat kras, Keesje.Een zenuwachtige glimlach, die iets verschrikkelijks had, kwam over zijn mager gezicht; zijn grijze ogen luisterden eerst op, werden toen weer dof, en schoten vol tranen.Keesje was een eenvoudig, braaf goedaardig mannetje.Terecht begreep ik dat Keesje minder jaloers was van de bochel dan van diens geldige vrucht.We hebben t er heel goed; maar en mens, meheer, denkt altijd om zen dood.' Ik denk nogal dat je t na je dood ook heel goed zult hebben, Keesje!' zei.